In het werk van Rita staat kledij centraal als drager van herinnering, identiteit en persoonlijke geschiedenis. Voor haar is kleding meer dan een gebruiksvoorwerp. Het vormt een tweede huid rond het lichaam: een grens tussen de mens en de wereld, maar ook een middel waarmee iemand zijn plaats in die wereld zoekt en vormgeeft.
Door kledingstukken tot onderwerp van haar kunst te maken, creëert Rita een subtiel en persoonlijk zelfportret. Elk detail verwijst naar een moment uit haar leven: van kindertijd tot volwassenheid. De gekozen stoffen, borduursels en vormen dragen verhalen over hoe de kleding tot stand kwam, wie ze maakte en in welke context ze werd gedragen.
In haar werk verschijnen drie beelden die samen drie fases van haar leven verbeelden. Elk beeld draagt zijn eigen traditie, stijl en gewoonte. Zo ontstaat een gelaagde herinnering aan haar persoonlijke vorming en aan de wereld die haar heeft gevormd.
Wat zichtbaar wordt, is een intieme dialoog tussen object en herinnering, waarin kleding een stille getuige wordt van identiteit en tijd.